|
De eerste reis van de scheepsjongen Moses Door Ton F.J. Pronker De scheepsjongen Moses (in mijn grootvader’s tijd werd zo'n jongen op zijn eerste reis met kajuitsjongen aangeduid) komt voor zijn eerste reis aan boord en wordt door de kapitein begroet. "Goedemorgen, scheepsjongen Moses. Weet je wel waarom ik je Moses noem? Omdat de jongste aan boord altijd de Moses is. Ik hoop, Moses, dat mijn driemaster "Wasa" je bevalt. Heb je er wel eens over nagedacht, voordat je het dek van een zeilschip betreedt, hoeveel denkwerk van vele generaties alsmede hoeveel ervaringen en opofferingen nodig zijn geweest om dit elegante, snelle en technische volmaakte schip te scheppen? Hemelhoge masten en een wonderlijk geheel van kunstige zeilen met het daarbij behorende lopende want. Met een ondankbare vanzelfsprekendheid nemen wij het weten van generaties aan zeelieden tot ons en benutten het. Daar eens over na te denken, zou eenvoudigweg tot goed zeemanschap moeten behoren. Moses, je behoort te weten dat de zee altijd een grote onbekende is die geen erbarmen kent. De zee begrijpt niets van vriendschap, heeft ook geen deugden en trouw is haar vreemd. Zij neemt je het leven zonder enig gevoel als je fouten maakt. Ik hoop, Moses, dat je begrijpt wat ik je zeg. Met een zeilschip is dat anders. Je zult bemerken dat, als je aan het roer staat en koers houdt, welk een eigenzinnige, geweldige eigen wil in het schip huist die bedwongen moet worden. Zij, het schip, zal je onuitgesproken vragen hoe je het doen wil. Als je het schip met geweld tegemoet treedt, zal het met geweld antwoorden. Als je er echter verstandig mee omgaat, zal het schip zich naar jou wil voegen. Als je het schip trouw blijft, is ook zij trouw. Er zijn gemakkelijke mooie schepen, maar daarnaast minder edele schepen, wat ruwere. Wellicht zal een niet zo edel schip je veiliger door de opkomende, razende storm brengen. Laat het nooit na er naar te streven het schip in haar uiteindelijke geheimen te doorgronden. Nadenken, Moses, is verstandig. Echter, nog beter is het een oplettend gevoel te bezitten. Maar het meest nog is liefde nodig, zoals overal waar mensen in de wereld werken. Wie zijn schip niet liefheeft, zal het nooit begrijpen en zal niets van haar te weten komen. Een schip, jonge Moses, is al een vrouw, want de zeeman geeft niet voor niets vrouwelijke namen aan schepen. Een schip wil bemind worden als een vrouw. Stijfkoppige schepen geven pas toe met milde hand, waar echter een onbuigzame wil achter staat. Het mag je als zeeman niet overkomen te zwak te zijn. Maar bedenk wel: een tros die met een ruk stijf komt te staan, zal breken. Echter, als je haar geleidelijk doorzet, dan zal ze houden. Jaag het schip nooit door de storm en zeil het niet onder water. Is de zee te moeilijk geworden, ga bijleggen en geef tegelijkertijd de dodelijk vermoeide bemanning gelegenheid om te rusten. Geloof nu niet dat je alles weet, want edele schepen zijn als aantrekkelijke vrouwen. Dat zul je merken, Moses, en die zijn niet altijd te vertrouwen. Daarom zijn zij voor een man de altijd durende verleiding. Begrijp je, Moses, wat ik daarmee wil zeggen? Als je nu op de wereldzeeën en aan vreemde kusten de meest verschillende schepen meemaakt en die met open ogen aanschouwt, zal je niet alleen doelmatigheid zien maar ook kenmerkende schoonheid constateren. De scheepsbouwmeester die met nuchtere getallen maar zonder hart een schip bouwt, zal nooit een mooi schip tot stand brengen. Wat telt, is alleen de liefde en het hart voor de scheepsbouw. Ik hoop dat je hiervoor begrip hebt, jonge Moses. Het samenstel van masten, de zeeg, als wel de lijnen van de romp, behoren niet alleen doelmatigheid weer te geven maar moeten ook schoonheid uitstralen, want elegante schoonheid is een te begeren eigenschap van een zeilschip. Dat is alleen mogelijk door de leidende hand van haar scheepsbouwmeester. Nu scheepsjongen Moses, wens ik je voor je eerste reis God's vertrouwen, opmerkzaamheid en bovendien hartstocht voor de zeevaart. Fiete, onze bootsman, zal je morgenvroeg onderrichten en je met de bemanning in aanraking brengen.
|